Kijk in het dagboek van Engelandvaarder Daniël de Moulin

Voor het verhaal over mijn “Verzetsoma” Ellis Brandon, ging ik naar het Nationaal Archief in Den Haag. Ik was op zoek naar een stokoud papiertje: het verhoor dat is opgetekend toen mijn oma in de oorlog uit bezet gebied ontsnapte en na acht maanden reizen in Londen aankwam.

Bij het Nationaal Archief moesten mijn jas en tas in een kluisje. Alleen een potlood en een wit papiertje mochten mee naar binnen, want: je mocht het document niet fotograferen of kopiëren, maar wel overschrijven. Van de jongen achter de balie kreeg ik het document, om het daar in te zien. Ik bestudeerde de letters van een ouderwetse typemachine; ruim 70 jaar geleden opgetikt in Engeland en nu in keurige staat hier op een tafel in Den Haag.

Toen heb ik die jongen lief aangekeken. Een paar dagen later zat er een kopietje bij de post, tegen alle regels in. Dat zal mijn oma blij maken, wist ik, want zij houdt van tegen alle regels in.

Die jongen was Hylke Faber, een van de auteurs van het boek We zijn niet bang, tenminste niet erg. Het Engelandvaardersdagboek van Daniël de Moulin.  

Van Engelandvaarders wordt vaak gedacht dat ze in de oorlog met een roeibootje de Noordzee overstaken naar Engeland. Sommigen deden dat ook, zoals Erik Hazelhoff Roelfzema (de Soldaat van Oranje), maar een veel grotere groep nam de zogeheten Zuidelijke landroute. Via deze weg was het kans van slagen het grootst: te voet en met de trein via Zuid-Frankrijk, waar een gevaarlijke voettocht over de Pyreneeën wachtte, naar het neutrale Spanje.

Hoe was dat? Mijn oma deed het op espadrilles – het lokale schoeisel, gekocht in het plaatselijke dorp aan de voet van de bergen – en vond de vele heuvels op en af klimmen best pittig, zo veel wist ik. Maar dankzij het dagboek van de Utrechtse student De Moulin kreeg ik een goed beeld van de omgeving. Zo schreef hij:

“De route die we aflegden was erg mooi; we stegen geleidelijk maar vrij snel en het landschap veranderde dan ook snel.”

Faber trad in de voetsporen van verzetsman Daniël de Moulin. Hij geeft niet alleen het verhaal van De Moulin uit, maar reisde een paar jaar geleden ook de route na die De Moulin in oorlogstijd ondernam. In juli 1943 stak De Moulin de Pyreneeën over naar Spanje, 65 jaar later ging Faber hem achterna.

Het dagboek geeft een aardig inkijkje in de motivatie om zo’n gevaarlijke tocht te ondernemen.

Ook aan de universiteiten werd het onrustiger. Eind 1942 namen de geruchten toe dat er een grootscheepse deportatie van studenten voor de Arbeitseinsatz op handen was. In december 1942 werd in Utrecht een poging gedaan de universitaire administratie in brand te steken met als doel het oppakken van studenten te bemoeilijken.

Daniël de Moulin weigerde – in het volle besef van de consequenties – de loyaliteitsverklaring te tekenen. Omdat dit deportatie voor de Arbeitseinsatz zou betekenen, bleven er voor hem twee opties over: ‘onderduiken of vertrekken om me bij de geallieerden aan te sluiten’.

De Moulin vertrok, net als mijn oma vertrok toen de Gestapo haar op het spoor was. Beiden hebben Engeland bereikt. Vandaag herdenken zij hun kameraden. Morgen vieren we dat zij samen met vele anderen streden voor onze vrijheid.

getagged , , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *